Puur goud is te zacht voor de meeste sieraden. Een ring van puur goud zou snel krassen en uit vorm raken. Daarom wordt goud gemengd met andere metalen, zoals zilver, koper en palladium. Zo’n mengsel heet een legering. Hoeveel puur goud erin zit, lees je af aan het karaat of aan het gehalte.
Karaat en gehalte: hetzelfde, anders geteld
Bij karaat wordt een sieraad in 24 delen verdeeld. 18 karaat betekent dat 18 van de 24 delen puur goud zijn. Het gehalte telt in duizendsten: 18 karaat is 750 duizendste, oftewel 75 procent goud. In Nederland staat op een sieraad meestal het gehalte, niet het karaat.
- 24 karaat = 999 duizendste, vrijwel puur goud
- 22 karaat = 916 duizendste, ruim 91 procent goud
- 20 karaat = 833 duizendste, ruim 83 procent goud
- 18 karaat = 750 duizendste, 75 procent goud
- 14 karaat = 585 duizendste, 58,5 procent goud
- 9 karaat = 375 duizendste, 37,5 procent goud

Voor- en nadelen per gehalte
24 en 22 karaat
Hoe meer goud, hoe dieper en warmer de gele kleur. Daar staat tegenover dat het metaal zacht is. Een ring van 22 of 24 karaat krast snel en kan vervormen als je hem elke dag draagt. Stenen zitten er minder stevig in, omdat de zetting makkelijker meebuigt. Dit gehalte zie je vooral bij munten, baren en sieraden die niet dagelijks gedragen worden.
18 karaat
Voor veel sieraden een goede keuze. Met 75 procent goud heeft 18 karaat een volle kleur en een hoge goudwaarde. Het is goed te bewerken en omdat er minder andere metalen in zitten, is de kans op een huidreactie kleiner. Het nadeel: het is duurder dan 14 karaat en iets zachter, waardoor het bij dagelijks dragen sneller krast.
14 karaat
14 karaat is harder en slijtvaster dan 18 karaat, en betaalbaarder. Dat maakt het geschikt voor ringen die je elke dag draagt, zoals trouwringen. De kleur is iets lichter, en omdat er meer andere metalen in zitten, is de kans op verkleuring of een huidreactie wat groter. In Nederland is 14 karaat het laagste gehalte dat goud mag heten.
Is 9 karaat eigenlijk goud?
Eigenlijk niet. Een sieraad van 9 karaat bestaat voor 37,5 procent uit goud. Meer dan de helft is dus ander metaal. De Nederlandse wet trekt de grens bij 585 duizendste: alles daaronder mag hier niet als goud verkocht of aangeprezen worden. Je ziet zulke sieraden daarom aangeduid als ‘9K’ of ‘375’, zonder het woord goud erbij.
In andere landen, zoals Engeland, is 9 karaat wel gangbaar. Het is goedkoop en vrij hard. Maar het verkleurt sneller, kan op den duur donkerder worden en heeft weinig goudwaarde. Voor een sieraad dat lang mee moet gaan, raad ik minimaal 14 karaat aan.
Geel, wit of rosé
Het gehalte zegt niets over de kleur. Die komt van de metalen waarmee het goud gemengd is. Rosé goud bevat meer koper. Witgoud wordt gemaakt met onder meer palladium en krijgt vaak een laagje rodium voor een heldere witte glans. Dat laagje slijt in de loop van de jaren, maar kan opnieuw worden aangebracht.
De waarborg in Nederland
Gouden sieraden van 1 gram of meer die in Nederland verkocht worden, moeten een keurmerk hebben. Dat keurmerk wordt aangebracht door een erkende waarborginstelling: WaarborgHolland of Edelmetaal Waarborg Nederland. Zij controleren eerst of het gehalte klopt.
Op een gewaarborgd sieraad vind je, vaak aan de binnenkant van een ring:
- Het gehaltemerk, met het gehalte in duizendsten, bijvoorbeeld 585 of 750.
- Het verantwoordelijkheidsteken, waaraan je ziet wie het sieraad heeft gemaakt of in Nederland op de markt brengt.
- Bij grotere stukken soms ook een kantoorteken van de waarborginstelling en een jaarletter.
Sieraden lichter dan 1 gram, zoals kleine oorknopjes, hoeven geen keurmerk te hebben. Zie je op een zwaarder sieraad geen merk, vraag dan na wat het is. Meer over de regels lees je bij Ondernemersplein van de overheid.
Twijfel je welk gehalte bij jouw sieraad past? Vertel me wat je wilt laten maken, dan denk ik met je mee.


Geef een reactie